Elk mens is in staat een ander te zegenen

Adriaan Plantinga

‘Ik ben hier acht jaar werkzaam geweest. Mijn voorganger zei bij mijn intrede: “Ik denk dat over vijf jaar deze lokale kerk er niet meer is, maar ga lekker aan de gang.” Volgens mij is dat echt niet aan de orde, want er is veel dynamiek. Als ik ook zie tijdens de pandemie dat er mensen opstaan die het geheel dragen, dan ben ik helemaal niet pessimistisch. De kerk zal haar plek in het dorp en in de maatschappij in ruimere zin, heus weten te behouden. Het is uiteindelijk een schijntegenstelling: kerk en maatschappij. De mensen in de kerk vormen een deel van de maatschappij. Al is het altijd goed om de blik naar buiten open te houden. Kerk zijn in een dorp is niet kerk zijn op een eiland, maar in brede zin dienstbaar proberen te zijn. 
 
We hebben zeker ingewikkelde tijden gehad. Bijvoorbeeld toen de dader van de moord op Anne Faber niet gepakt was. We hebben in het dorp echt een aantal dramatische dingen meegemaakt. Het was voor mij een verrassing om te ontdekken dat als er, bijvoorbeeld laatst, zo’n calamiteit is als bij het brandweercorps, men mij weet te vinden en vraagt: “Kun je niet komen?” Dat is een blijk van vertrouwen en een uitdaging, want hoe kun je mensen ten dienste zijn op het moment dat je kerkelijke jargon helemaal niet kunt gebruiken? Dan word je uitgenodigd om in een seculiere context het toch te hebben over dingen waar het om gaat: zingeving, kwetsbaarheid, samen verder gaan … Maar het uitgangspunt is: een kerk die niet dient, dient nergens voor. Dat is echt zo denk ik.
 
De band tussen kerk en maatschappij is sterker geworden denk ik. Het feit dat je elkaar kent in een kleine gemeenschap, elkaar weet te vinden als er iets aan de orde van de dag is en dat er dan snel geschakeld kan worden om iets voor elkaar te krijgen is de kracht van Den Dolder. Er is veel bereidheid om samen te werken. Misschien is dat ook wel iets van deze tijd, dat je niet meer binnen je eigen clubje zit. Alhoewel, als je niet oppast zijn de sociale media daar wel weer een versterking van. Een leraar van mij zei altijd: een predikant is een facilitator. Dus, als mensen een goed idee hebben dan ben jij degene die dat mogelijk maakt. Je hoeft het niet zelf te doen. En heel veel mensen dragen hier goede ideeën aan, het enige wat ik hoef te zeggen is: leuk, gaan we doen! En het fijne van ergens fysiek wonen is dat je andere mensen en groepen kunt tegenkomen om samen iets moois te maken. Er is hier een goed stel mensen bezig die proberen om op hun eigen terrein op een opener manier verbindend bezig te zijn. 
 
Een Open Huis zijn hoort echt bij mij. Er lag een jaar of tien geleden zelfs een plan om een soort dorpshuis aan de kerk te bouwen. Als de gemeente toen subsidie had verleend was het er ook gekomen. Men vond het mooie plannen, maar op het moment dat de portemonnee getrokken moest worden was het over. Toch is de context waarbinnen de Maria Christinakerk nu functioneert al het dorpshuis dat nodig was voor culturele evenementen, als repetitieruimte voor koren, als plek om een zaal te huren, voor yogalessen en noem maar op. Er speelt zich al veel meer af en dat is goed. Het blijft continu zoeken naar verbanden.
 
Ik ga nu naar acht jaar verder in een andere gemeente, maar het is mijn wens voor Den Dolder dat die gezamenlijke energie zal leiden tot nieuwe verbanden, nieuwe contacten en tot openheid naar binnen én naar buiten het dorp. Zodanig dat we allemaal groeien als mens. Fysiek afscheid nemen kan nu niet. Daarom heb ik twee kaarten geschreven voor mensen binnen en buiten de kerk. Je kunt elkaar altijd het goede wensen. Elk mens is in staat een ander te zegenen. Om mensen daartoe uit te nodigen vind ik waardevol. Dan hoor je natuurlijk weer even de dominee aan het woord, maar ja, dat is mijn vak. Wat mij bij gaat blijven is de schwung van de groep mensen die het hier draagt. De loyaliteit die ik proef. En de humor van sommigen. Dat is onbetaalbaar. Iedereen denkt altijd: het is heel jammer als iemand weggaat. Toch is het ook een kans om weer eens een ander laatje open te trekken.’

Meer verhalen uit Den Dolder

Je kunt geen content van deze pagina downloaden