Categorieën
Uncategorized

In het bos is ruimte voor iedereen

In het bos is ruimte voor iedereen

Mirjam van der Laan

“Ik kom uit een klein dorp en ben daar weggegaan omdat ik in de stad wilde wonen. Maar daar ben ik na twaalf jaar ook weer weggegaan om dat ik dichter bij de natuur wilde wonen. Wij zijn hier vier jaar geleden echt komen wonen vanwege het bos, dus mijn band met Den Dolder is nog heel nieuw. Ik voel me steeds meer thuis en heb veel mensen leren kennen omdat ik nu hier natuurlessen geef. Al vrij snel was ik tegen iedereen hoi aan het zeggen als ik over straat liep. Zo fijn! Ik waardeer dat je elkaar ziet, dat je niet zo langs elkaar heen leeft. Ik woon ook in een straat waar veel mensen wonen die hier geboren en getogen zijn. Die kennen elkaar allemaal, helpen elkaar. Je kletst met mensen, je let op elkaar als er iets gebeurt. Ik moest daar heel erg aan wennen. In de stad ben je een individu en in een dorp weten mensen toch wel het een en ander van je.
 
Langzaamaan begin ik een Doldenaar te worden. Bij een vorige workshop waren er ook volwassenen uit het dorp, we liepen op de Willem Arntsz Hoeve de hei op en mensen zeiden: ‘Ik ben hier nog nooit geweest, wat is het hier mooi!’ Toen dacht ik, zelfs mensen uit Den Dolder zelf kun je nog verrassen met de natuur die naast hun huis ligt. Dan voelt het wel als mijn thuis dat ik laat zien. Kinderen worden heel blij van dit soort dingen, maar volwassenen dus ook. En als je dingen weet ga je anders kijken, meer zien en daardoor voel je je ook meer verbonden met de natuur. Als ik andere mensen dat kan laten zien dan voel ik me zelf nog meer verbonden met de natuur.
 
Het bos is ook niet eng. Het wordt heel eng gemaakt. Het is een angst die aangeleerd is. Na Anne Faber veranderde wel mijn gevoel van veiligheid, want ik ging altijd alleen het bos in. Nou is dat voor vrouwen sowieso spannend, maar ik wil dat heel graag. Dus die angst neem ik er gewoon een beetje bij. Al werd die toen wel zo erg dat ik een jaar niet meer alleen in het bos ben geweest. Het had echt even tijd nodig om te landen en een plek te krijgen. Ik ben nog wel alert, maar ik vind het genieten van het bos en een zijn met de natuur meer waard. Ik snap ik wel dat mensen kritisch zijn, maar inmiddels voel ik me net zo veilig als daarvoor.
 
Wat ik mooi vind, ik kom uit Castricum. Dat heeft ook een instelling in het bos en een instelling kiest er niet voor niets voor om daar te zitten: het brengt rust als je omringd bent door bomen. Ik ben dus opgegroeid met het idee dat iedereen anders is en dat er ook excentrieke mensen zijn. Dat iedereen er mag zijn. Maar wat ik op de Willem Arntsz Hoeve mis is een plek om samen te komen. Ik zie mensen lopen, ik zeg ze gedag, maar er is voor mijn gevoel niet echt een plek waar je even bij elkaar komt. Altijd als ik er loop dan denk ik: dit kun je hier doen, dat kun je hier doen. Waar is alles? Het is heel gescheiden terwijl het hier echt geweldig mooi is! Er is heel veel potentie. Ik ben ook heel benieuwd waarom dat niet gebeurt. Is het alleen geld? Je hebt hier wel dingen zoals de bioscoop en de ateliers, maar ik heb het gevoel dat het nog steeds niet helemaal leeft. Ik vind het zo fijn om ergens met mijn kindje te lopen waar bijvoorbeeld dieren zijn, of waar je wat natuureducatiedingen kunt doen, andere ouders met kinderen kunt ontmoeten, andere mensen zien.
 
En ik heb het wel steeds over de natuur, maar het is natuurlijk je eigen natuur. Het is waar je vandaan komt. Het begint soms al meer een soort attractiepark te worden, maar ik vind het heel belangrijk met mijn workshops mensen te laten ervaren dat de natuur van onszelf is en dat wij daar onderdeel van zijn. Want de natuur is er gewoon en in het bos is er echt ruimte voor iedereen.”

 

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on tumblr
Share on google
Share on telegram
Share on whatsapp
Share on email

Meer verhalen uit Den Dolder

Categorieën
Uncategorized

Je krijgt wat je geeft

Je krijgt wat je geeft

Ingrid Wong

“Ik ben opgegroeid in het Gooi, mijn opa en oma woonden in Zeist dus als we op bezoek gingen dan reden we hier altijd langs over de Dolderseweg. Ik kan me wel heugen dat mensen zeiden: als je niet uitkijkt dan kom je nog in Den Dolder. Dat was het gekkenhuis. Toen mijn partner en ik in 2004 gingen samenwonen was het mijn huurhuis daar of zijn koopwoning met een prachtige diepe tuin hier. Die keus was snel gemaakt. En langzamerhand ben ik erg verknocht geraakt aan dit dorp.
 
Ik heb Den Dolder op twee manieren leren kennen. Eerst omdat ik in 2010 in de gemeenteraad kwam. Ik wilde meer wortels met mijn eigen woonplek hebben. Maar ik heb het met terugwerkende kracht leren kennen nadat ik in 2005 vrijwilligerswerk ben gaan doen als gezelschap voor een oudere mevrouw. Mevrouw Spitse was vijf jaar lang op de Willem Arntsz Hoeve in opleiding tot verpleegkundige in de krankzinnigenzorg. Zo heette dat toen nog officieel. Haar verhalen over hoe het was eind jaren 40 begin jaren 50! Het was een organisatie waar wij ons nu niets meer bij voor kunnen stellen. Door haar ging er een heel andere wereld open. Je wandelt er misschien een keer in het bos en dan loop je langs de gebouwen, maar je mist dan de prachtige verhalen van de mensen die er woonden. Dat heeft zij mij heel erg gegeven. En het is toch een heel essentieel onderdeel van Den Dolder denk ik, nog steeds.
 
Ik kan me ook echt heel boos maken over mensen die vinden dat alles dan maar weg moet hier. Alsof je alles maar kan wegduwen en alle risico’s uit de samenleving kan halen. De dood van Anne Faber is een hele zwarte uitschieter. Dat mag je niet direct koppelen aan Den Dolder en aan de Hoeve. Ik wandel daar, ik fiets erdoorheen … De kans is veel groter dat ik onder een auto kom, dan dat ik een keer iemand tegenkom die dan ook nog eens mij zou moeten hebben. Maar ik moet wel eerlijk zeggen dat ik het eerste jaar, anderhalf jaar, met mijn telefoon in mijn jaszak en mijn vingers op de noodknop heb gelopen.
 
Ik denk ook dat we allemaal met de juiste, of liever foute, omstandigheden van het hellinkje af kunnen rollen en geestelijk ziek worden zoals je ook lichamelijk ziek kunt worden. De een kan zichzelf dan als een baron Von Münchausen uit het moeras trekken, maar een hoop mensen kunnen dat niet. En het is ook wel eens goed om dat te zien. Dat wil niet zeggen dat het altijd even makkelijk is om met mensen van ‘die kant’ van het dorp om te gaan, maar ik denk dat je hetzelfde kunt zeggen van mensen van ‘deze kant’. Als we allemaal hetzelfde zouden zijn zou het een hele saaie bedoening worden.
 
Weet je wat het is: onbekend is ook vaak onbemind. We wilden hier voor de Werkwinkel een bankje om de boom en de eerste reactie was: dat geeft vast overlast. Het bankje staat er nu anderhalve maand en wat denk je? Niets! Mensen voelen zich onveilig omdat iemand op een bankje zit met of zonder blikje bier. Er is niets en toch voelen ze zich onveilig. Ik vind dat heel tekenend voor deze tijd. Ik loop regelmatig met de hond vanaf het parkeerterrein van de NS het bos in en zeg altijd iedereen goeiedag en krijg eigenlijk altijd goeiedag terug. Dan komt er iemand in een trainingsbroek en op sloffen met een plastic tasje je tegemoet en dan weet je waar die vandaan komt. Maar als je gewoon goeiemorgen zegt krijg je dat ook terug. Soms kijken ze nog verrast, zo van: dat je dat doet! Je krijgt wat je geeft.
 
Als ik mezelf zo hoor praten denk ik dat ik van mevrouw Spitse vooral geleerd heb dat je altijd moet uitgaan van het respect voor anderen. Haar verhalen waren allemaal doorspekt met respect voor de patiënt. Zij oordeelde ook niet. Ze vond ongetwijfeld wat, maar zei nooit lelijke dingen.”

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on tumblr
Share on google
Share on telegram
Share on whatsapp
Share on email

Meer verhalen uit Den Dolder

Categorieën
Uncategorized

Ik hoor erbij omdat ik hier woon

Ik hoor erbij omdat ik hier woon

Oussama Bouaouiouach

“Ik heb via bemiddeling mijn appartementje op de Vijverhof gekregen. Ik ben er zo blij mee. Het was echt een opluchting: eindelijk iets voor mezelf, geen stress meer. En in deze omgeving! Dat is dubbel winst. Het is een van de mooiste plekken in de provincie en het land. Het is hier zo rustig. Het is voor mij perfect om lekker te wandelen of hard te lopen, wat ik veel doe. Ik ben er heel tevreden mee. Hiervoor keek ik vanuit mijn slaapkamer uit op grijze stenen. Daar word je depri van. Als ik nu opsta en ik kijk uit het raam dan zie ik bomen en groen. Dat verveelt nooit. Mijn vriendin vindt het hier ook prachtig. ‘Je hebt het hier echt getroffen’, zegt ze. Zij woont zelf middenin een woonwijk en heeft niet die groene, bosrijke omgeving. Als zij mocht kiezen zou ze hier gaan wonen. Stel dat ik ergens anders zou moeten wonen, dan moet het beter zijn dan dit en dat is moeilijk te vinden.

Ik ken Den Dolder van vroeger. Ik heb een paar jaar bij DOSC gevoetbald in het derde en mijn broertje speelde voor het eerste. Zo kende ik de mensen hier al en wist ik dat Den Dolder een hechte gemeenschap is. Mensen kennen je gezicht en dat maakt alles toegankelijker. Het vertrouwen, dat vind ik fijn. En ik heb goede buren: dat vind ik ook prettig. Een praatje maken en weten ‘die ken ik’. Ik heb ook niet veel moeite hoeven doen om erbij te horen. Ik leef gewoon zoals ik leef en hoor erbij omdat ik hier woon.

Den Dolder heeft wat te bieden: de hechte gemeenschap, de natuur, de rust. Het is meer dan het negatieve rondom Fivoor. En je krijgt er wel mee te maken, want aan de ene kant zeggen mensen: Den Dolder? Oh leuk, mooie omgeving en zijn mensen enthousiast. Maar anderen zijn dat niet en zeggen: Oh, Fivoor! Ik zeg bewust dat ik uit Zeist kom en niet uit Den Dolder, dan ben ik ervan af. Ik ben nu bijvoorbeeld al twee jaar bondsscheidsrechter jeugdvoetbal voor de KNVB en na afloop van een wedstrijd hoor ik dingen als: ‘Misschien is er weer iemand ontsnapt’. Mensen hebben snel een oordeel en denken: die zit zo en zo in elkaar. Dan begint het meteen negatief en het is ook niet leuk als grapje. Mensen hebben ook serieus gedacht dat ik opgenomen was. Daar voel ik me ongemakkelijk bij.

Als ik erover praat met mijn vriendin zegt ze: ‘De kans is klein dat er bij jou in de omgeving iets geks gebeurt.’ Met die gedachte kan ik leven. Je merkt ook dat er hier goed toezicht is. Ik kwam een keer terug van een bruiloft en zag er heel netjes uit. Voor ik het wist stond er een beveiliger bij me die zei: ‘Wat kom je hier doen?’ Het regende die dag hij vroeg nog: ‘Waarom heeft u geen paraplu bij u?’ Maar die was ik vergeten. Ik heb mijn adres genoemd en het was zo opgelost. Ik snap ook waarom het gebeurt: vanwege wat er allemaal in de media is geweest. Maar het is ook prettig.

De media hebben het heel erg aangedikt. Expres. Mensen moeten accepteren en weten dat Den Dolder niet hetzelfde is als Fivoor. Men moet niet met zo’n oordeel naar Den Dolder kijken. Het is niet wat er in de media over geschreven is. Mijn ideale Den Dolder is er al: de rust, het groen. Dat moet intact gehouden worden. Maar het is nog best wel onzeker hoe het er hier op het Willem Arntsz terrein uit gaat zien, ook voor bewoners. Ik heb gehoord dat een van de panden gebruikt gaan worden voor mensen uit de psychiatrie, dat de instellingen gaan verdwijnen en dat er een woonwijk gaat komen. Maar de rest is mij niet duidelijk. Het is afwachten hoe het uitpakt. Meer kan ik niet doen.”

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on tumblr
Share on google
Share on telegram
Share on whatsapp
Share on email

Meer verhalen uit Den Dolder

Categorieën
Uncategorized

Vrijheid, een toekomst en eigen regie

Vrijheid, een toekomst en eigen regie

Marlon

“Ik heb altijd voor grote bedrijven gewerkt. Je hebt mensen die het ongeluk hebben dat ze hun baan kwijtraken en in een scene terecht komen met bijvoorbeeld drugs en verslavingen. Maar ik had alles en heb de verkeerde keuze gemaakt. Ik heb het zelf gedaan. Sommige jongens die bij ons zitten hebben echt iets meegemaakt. Ik heb het zelf veroorzaakt en ben door de rechter hiernaartoe gestuurd. Ik zit hier natuurlijk niet voor mijn zweetvoeten. Den Dolder betekent voor mij de weg naar de vrijheid en de toekomst, omdat ik hier in de kliniek zit.
 
Ik heb een hele fijne familie die me steunt. Ze keuren mijn gedrag af, maar staan nog steeds achter mij. Toen ik zei ‘ik word overgeplaatst naar Den Dolder’ schrokken ze. Mijn advocaat heeft hen heel goed uit kunnen leggen dat het geen tbs-kliniek is. Hier zitten geen zedendelinquenten of mensen die een moord hebben gepleegd. In het begin dacht ik: waar ben ik terechtgekomen? Ik hoor hier niet thuis. Ik ben niet verslaafd, ik heb geen stemmen in mijn hoofd. Waarom moeten jullie mij observeren? Ik werd een beetje opstandig. Maar ik had mijn telefoon, dat was het belangrijkste. In de gevangenis kon ik niet facetimen, hier had ik contact met mijn geliefde en kinderen.
 
Er was toch iets met mij aan de hand en ik ben gebleven. In de gesprekken met de psycholoog groef ze echt diep en ik wilde het eerst niet horen. Ik was niet gek. Ik was perfect. Ik vond het verschrikkelijk dat me een spiegel werd voorgehouden. Dingen opgegraven die je hebt weggestopt, oude emoties. Want zelf denk je: ik heb het goed gedaan. Hier hebben ze me handvatten geboden. Ik heb hier niet het licht gezien, daar ben ik heel eerlijk in, maar ik heb wel heel veel geleerd. Van de begeleiding, de psycholoog, maar ook van de jongens onderling. Ik ben niet zo’n prater, maar sommige jongens zeggen dingen meteen pats boem. Ik ben meer zo’n type dat het opkropt ik en dan ineens: boem! Hier heb ik geleerd om te zeggen: ik vind dit niet leuk of hé, ruim je spullen eens op. Hier leerde ik voor mezelf opkomen.
 
De allereerste keer dat ik naar het dorp ging was met begeleiding, dat vond ik niet leuk. Je bent je regie kwijt. In het begin is het ook wennen. Ik dacht: iedereen ziet ‘hij komt uit Den Dolder’. Maar ik heb nooit problemen gehad. Nu loop ik meestal via het bruggetje naar het dorp en mensen groeten gewoon, kinderen zeggen gewoon hoi, ouders ook. Ik heb nooit iets negatiefs meegemaakt. Als iemand nu zou komen met de vraag ‘zit jij in Den Dolder bij Fivoor’, dan zou ik gewoon eerlijk zeggen ‘ja’. Ik was tijdens mijn verlof ook nooit bang dat ik iets ging doen. Ik zou mensen willen vertellen dat het geen gekkenhuis is of dat we levensgevaarlijk zijn. Dat is denk ik wel het beeld.
 
De kliniek heeft me een veilige thuisbasis gegeven, dat moet ik eerlijk zeggen. Als ik straks weg ben ga ik het wel missen hier en ik zie er best wel tegenop. Ik heb geen dromen meer, ik wil gewoon wat ik hier ook heb: een eigen plek, werken en een rustig leven. Dat is een keuze die ik maak. Ik wil niet meer in de criminaliteit. Want heeft het geloond? Nee. Ik heb een paar jaar lol gehad, maar verder. Wat ik ga missen? Sommige jongens, de begeleiding … Ik kan zo naar ze toe stappen en zeggen: hé, ik zit niet lekker in mijn vel, wil je de huisarts voor me bellen? of ik wil even een praatje maken. Je kunt makkelijk steun zoeken. Maar nu moet ik nieuwe mensen leren kennen en achter een baan aan. Ik ben er nog niet, maar ik heb wel geleerd dat vrijheid echt belangrijker is dan geld of wat dan ook. Plus je eigen regie houden.”

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on tumblr
Share on google
Share on telegram
Share on whatsapp
Share on email

Meer verhalen uit Den Dolder

Categorieën
Uncategorized

Mijn grootste wens? Een dorpshuis!

Mijn grootste wens? Een dorpshuis!

Martine Scholte

“We woonden in Utrecht en wilden verhuizen. Wat doe je dan? Dan kijk je rondom Utrecht. Nadat we wat huizen in Bilthoven hadden bekeken zei de makelaar: ‘Hier aan het einde van de straat ligt Den Dolder.’ We hadden nog nooit van Den Dolder gehoord, maar werden verliefd op het huis. Ik weet nog dat we gingen kijken en het Pleinesbos ingingen. Vroeger ging ik op kinderkamp in de bossen en dat rook hetzelfde. Zo’n fijne associatie. Het idee ook dat de kinderen zo dicht bij het bos opgroeien is fijn.
 
De afgelopen maanden hebben we door corona veel thuisgezeten, maar thuis is bij ons gewoon de tuin en het achterpad waar we met de buren een gezamenlijke trampoline hebben neergezet. Het is een luxe om zo’n plek achter de deur te hebben. Je hebt de ruimte. Ik heb geen moment spijt gehad. Mijn roots liggen in Den Haag en het voelt hier alsof je aan het strand woont, maar dan met bomen. Ik kan dat echt waarderen. We leven echt in de natuur en je bent zó buiten. Dat is echt heerlijk!
 
Ik heb een visioen van een soort dorpsfeest, zoals je wel eens ziet in van die zoetsappige Amerikaanse films. Met van die gekleurde lampjes, iedereen doet wat en komt samen op een veld waar dan vlaggen hangen. Dat idee. In mijn tuin doe ik dat ook. Daar heb ik nu vlaggetjes hangen omdat het vakantie is en met koningsdag hebben we een kraampje gemaakt en komen de buurkinderen iets uitzoeken. In het begin ging ik ook heel erg op pad om dat nieuwe dorp te leren kennen. Ik wil die verbinding maken en het irriteerde me dat ik altijd het dorp uit moest naar bijvoorbeeld de kinderboerderij.
 
De afgelopen vijf jaar zijn er steeds meer gezinnen met kinderen komen wonen in onze straat, maar ik heb bijvoorbeeld ook een oudere buurman die hier al heel lang woont. Die heeft veel verhalen over Den Dolder. Dan zegt hij: daar zat de slager, toen hadden we drie scholen en daar zat de bibliotheek. Het dorp is zo leuk en we hebben zoveel te bieden, dat ik de behoefte voelde om dat te laten zien. Daarom hebben we dendolder.nl geïnitieerd. Dat raakt dus ook heel erg een persoonlijke wens, want ik ben zo iemand die aan de praat raakt met mensen en dan eindeloos veel dingen opsomt waarvan ze zeggen: ‘Even opschrijven hoor. Dat is wel heel leuk voor de kinderen.’ Als we bezig zijn voor dendolder.nl dan blijkt dat er zoveel te vertellen is.
 
Mijn grootste wens voor Den Dolder is dat er weer een dorpshuis komt, omdat de behoefte heel groot is om dingen samen te doen en samen te brengen. Je merkt echt dat het dorp een knauw heeft gehad in de periode na Anne Faber. Ik vond die tijd, met die verdeeldheid en het hek, ook heel heftig. De pers heeft het enorm onder een vergrootglas gelegd en je durfde eigenlijk niet meer te zeggen dat je in Den Dolder woonde, uit schaamte. Terwijl ik ook dacht: deze plek is super, nog steeds! Er nu zo over praten voelt ook een beetje als oude koeien uit de sloot halen, omdat het geweest is. Ik doe er nu alles aan om online een positief beeld van Den Dolder te schetsen, want er komen ook weer dingen uit voort. Dat is wel heel mooi. Het is toch ongelofelijk dat er zoveel aanbod is? Dat is heel bijzonder voor een dorp. Het geeft aan hoe enthousiast en dynamisch de mensen zijn die hier wonen.”

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on tumblr
Share on google
Share on telegram
Share on whatsapp
Share on email

Meer verhalen uit Den Dolder

Categorieën
Uncategorized

Een brug om bij elkaar te komen

Een brug om bij elkaar te komen

Amber

“Ik kwam door puur toeval in Den Dolder terecht. Ik solliciteerde bij Altrecht Flex en ze zeiden: ‘We hebben wel wat in Den Dolder.’ Ik was nog aan het afstuderen en was bezig met mijn afstudeeronderzoek in de ggz, maar had nog geen ervaring in de forensische zorg en zei: dat is goed. Mijn eerste dag was een vroege dienst, dat weet ik nog heel goed. Half acht beginnen op een plek die je nog helemaal niet kent, maar waarvan mensen wel zeiden: ‘Oh, ga je in Den Dolder werken? Daar wonen toch alleen maar gekken?’ Ik heb nog steeds dezelfde zin in mijn werk als op mijn eerste dag. Het is voor mij ook thuis. Het is niet alleen Den Dolder als dorp, maar ook de afdeling, het gebouw, de collega’s. Als ik aankom en bij de brandweer afsla vind ik de hei ook heel mooi, vooral als de schapen er staan.

Als ik nu terugdenk aan toen is het heel snel gegaan en is er veel veranderd. Eigenlijk wil ik het niet hebben over drie jaar geleden. Ik wil er een beetje vanaf, we zijn veel meer dan ‘de kliniek van …’. Want zo werden we alleen nog maar genoemd. Het is natuurlijk verschrikkelijk wat er is gebeurd, maar je hebt het óók over mijn werk waar ik gewoon elke dag met plezier naartoe rijd dat zwart werd gemaakt. Onze patiënten werden ook tekortgedaan, want we hebben ook andere patiënten die we goede zorg willen geven. Dat is waar mijn werk om gaat. Ik doe dat samen met mijn collega’s voor hen, niet omdat er één iemand is die dat verpest. De media zijn er bovenop gedoken en hebben een eigen verhaal gemaakt van onze kliniek. Dat is écht niet leuk!

Als je zegt ‘het dorp’, dan klinkt dat als een tweedeling, terwijl het een geheel is. De patiënten zijn ook gewoon inwoners van Den Dolder, maar dan in een kliniek. Het zou mooi zijn als niet alleen wij naar het dorp gaan om iets te drinken of boodschappen te doen, maar dat mensen ook bij ons komen om bloemen te halen bij de bloementuin of even koffie te drinken of een broodje te eten in de Wissel, waar mijn patiënten werken. Kijk, ik werk natuurlijk met een pieper en als ik in het dorp ben probeer ik die te verstoppen. Ik heb wel gehad dat mensen gaan kijken. Dan doe ik hem onder mijn trui of jas, want ik vind het voor mijn patiënten niet leuk dat mensen kunnen zien: zij werkt daar en die ander is een patiënt.

Ik denk dat die tweedeling vooral komt door het bekende bruggetje, terwijl ik dat ook heel leuk vind. Het is het einde van het terrein, waarbij patiënten daarna het dorp in gaan en onder de mensen komen. Je bent daar echt op de helft, maar omdat de weg er ook tussen zit voelt het zo ver weg. We moeten die brug denk ik niet alleen gebruiken om over te lopen, maar ook voor de verbinding. Als je allebei aan een kant van de brug gaat staan, sta je tegenover elkaar, maar je hebt die brug ook nodig om bij elkaar te komen.

Net als met dat plan voor een hek. Aan de ene kant begrijp ik het wel, maar aan de andere kant ook weer niet. Hier verblijven patiënten, maar het zijn ook maar mensen die deel uitmaken van de maatschappij. Mensen die dingen hebben meegemaakt en keuzes hebben gemaakt waardoor ze hier terecht komen. Die moeten ook weer terug in de maatschappij en dan wil je ze opnieuw gaan afzonderen? Als mijn leven anders was gelopen was ik hier misschien ook wel terecht gekomen en je weet nooit wat het leven je nog brengt. Soms gaan dingen niet zoals je wil, maar als je weet dat je met elkaar bent kun je er samen iets moois van maken. Dat is ook wel wat ik elke dag probeer te doen, zowel in mijn werk als privé. We zijn op elkaar aangewezen.”

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on tumblr
Share on google
Share on telegram
Share on whatsapp
Share on email

Meer verhalen uit Den Dolder

Categorieën
Uncategorized

Den Dolder hoort bij mij

Den Dolder hoort bij mij

Marjan Bakker-van Kooij

“Den Dolder hoort bij mij. Ik ben er geboren en heb er een fantastische jeugd gehad. Ik ben de oudste van vier: drie meisje en toen kregen mijn ouders toch nog een jongen. Op mijn achttiende ben ik getrouwd en uit Den Dolder vertrokken en teruggekomen toen we in 2009 de winkel startten. Ik vond het bijzonder dat er zoveel mensen kwamen kijken. Ook om te horen hoe het met mij was omdat ik een Van Kooij ben. Zo zijn we ook op de naam Roots gekomen, want het is precies de plek waar ik geboren ben.

Mijn grootvader begon in 1922 het bedrijf met fietsen en motorfietsen en later ook automobielen. Aan hem heb ik veel herinneringen. We hadden een band samen, een klik. Ik was zeven toen hij overleed en heel het dorp was toen in diepe rouw, want veel mensen uit het dorp werkten bij hem. Er zijn nog een paar mensen die weten dat hij, toen de oorlog afgelopen was, een bevrijdingsfeest heeft gegeven voor het hele dorp. Twee dagen lang. Dat zou ik ook doen.

De rust maakte het hier zo fijn opgroeien. Je wist waar je aan toe was, maar er is wel veel gebeurd de laatste paar jaar. Ik hoorde wel eens van mensen om me heen ‘dat je dat wil’ of ‘dat je dat kan’, maar ik heb nooit opgegeven. Een andere plek zoeken voor de winkel buiten Den Dolder? Nee, dat wilde ik niet. Wij zijn opgegroeid met de omgang met psychiatrische patiënten, dat vonden we heel normaal. Ik werd vroeger ook altijd boos als iemand iets zei over Den Dolder. Ik ging daar wel tegenin. Het waren niet alleen maar gekkies, het waren mensen die bescherming nodig hadden. Toen we hier met de winkel startten merkte ik wel verandering. Het is een ander soort cliënten geworden. Nu is het weer rustiger. De steun van de buurtcoaches heeft daar heel erg bij geholpen. Ik heb echt bewondering voor die mannen. Ze zijn terecht betrokken en voelen wat er speelt.

Nu heeft Den Dolder toch een andere betekenis dan toen ik jong was. Het is het dorp waar we ons werk hebben, onze klanten ontmoeten. Het is niet meer zo thuis als toen, maar ik vind ook dat we een enorm sociale functie hebben. Ik heb wel eens dat ik zeg tegen iemand ‘hoe gaat het met u?’ en dan denk ‘wat vraag ik nou?’. Dan hoor ik leuke verhalen, maar ook trieste. Heel persoonlijk, dat ik denk: dat je dat aan mij vertelt! Hoeveel mensen er niet binnenkomen met een lege tas onder hun arm … Dan willen ze eerst iets leuks doen, iets warms voelen. En dan gaan ze pas boodschappen doen. Het liefste zette ik een tafeltje neer met een koffiezetapparaat, waar mensen even gezellig kunnen zitten. Den Dolder is vertrouwd. Het betekent toch wel wat als je hier bent opgegroeid en zo voelt het nog steeds.”

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on tumblr
Share on google
Share on telegram
Share on whatsapp
Share on email

Meer verhalen uit Den Dolder

Categorieën
Uncategorized

Met plezier naar Den Dolder

Met plezier naar Den Dolder

Arjan Herstel

“Den Dolder was tussen 1995 en 2007 mijn werkplek en sinds 2018 werk ik hier opnieuw. Ik woon hier niet, maar kom altijd met plezier hiernaartoe. Ik denk dat ik een jaar of acht was toen ik een muziekinstrument wilde leren spelen en op muziekles ging. Dat ik muziektherapeut werd was eigenlijk toeval. Ik ontmoette iemand die muziektherapeut was. In eerste instantie dacht ik: het moet niet gekker worden. Maar nadat ik een open dag van de opleiding bezocht ben ik het gewoon gaan doen.

Toen ik net van de opleiding af was, was op de Willem Arntsz Hoeve nog een centrum waar patiënten spelletjes konden doen. Daar ben ik begonnen. Het oude Theehuis was een soort open kantine met een mooi rieten dak en veel glas. Inmiddels is het helemaal vervallen. Op een gegeven moment ontstond er op Dennendal een musicalproject. Ik kende de muziektherapeut daar en die zei: dat is wel wat voor jou. Het was leuk omdat je samen met bewoners en mensen uit het dorp een orkestje ging formeren. Ik schreef de muziek aan de hand van wat mensen konden en paste de compositie aan op wie ik voor me had. Het verliep eigenlijk heel natuurlijk. Op het moment dat dat project bijna afliep kreeg ik een baan bij Wier en deed ik soms boodschappen in het dorp, of ging er met collega’s wat drinken. Er was toen nog een kroeg, schuin tegenover de Egelantier maar die is nu ook weg.

Dat ik weer terug ben in de psychiatrie bevalt me goed, maar toen ik hier in 2018 kwam was het allesbehalve rustig. Ongeveer om de week ging er wel iemand met ontslag om ergens anders te gaan werken. Van de mensen die hier werkten ten tijde van de moord op Anne Faber is voor mijn gevoel zo’n 80% vertrokken. Het heeft een hele grote, diepe wond achtergelaten, ook bij het personeel. Er zijn er nog maar een paar die het hebben meegemaakt. In de manier van werken is ook veel veranderd en er verandert nog steeds veel. Toen ik nog op Wier werkte ging ik nog wel eens naar de slager, of naar de Albert Heijn. Maar nu had ik het gevoel dat iedereen dacht ‘daar moet ik maar even niet komen’. Ik denk dat iedereen het dorp meed. Ik had daar zelf niet zoveel last van. Plus als ik thuiskom heb ik een gezin om voor te zorgen en heb ik andere dingen aan mijn hoofd. Maar je wilt als instelling dit natuurlijk niet nog een keer meemaken.

Samen met de dramatherapeut begeleid ik de toneelgroep en dan komen patiënten ook wel eens met voorbeelden uit het dorp. Dan bespreek je dat. De meesten die hier zitten zien het als een kans om verder te komen, niet allemaal, maar de meesten grijpen dit echt wel aan. Toen ik net terugkwam waren patiënten ook erg boos en voelden zich verraden door de dader. De patiënten die wel hun best deden werden er ineens ook op aangekeken. Nog eens een musical met het dorp maken? Ik zou het wel heel leuk vinden. Ik weet ook niet of patiënten het zelf zouden willen, maar ik ben altijd wel in voor dit soort projecten. Zo’n uitdaging zou ik niet uit de weg gaan.”

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on tumblr
Share on google
Share on telegram
Share on whatsapp
Share on email

Meer verhalen uit Den Dolder

Categorieën
Uncategorized

Ik woon in de geschiedenis van het dorp

Ik woon in de geschiedenis van het dorp

Petra Koek

“Den Dolder is de plek waar ik al dertig jaar gelukkig ben met mijn man. Onze dochters zijn er geboren. Ik heb hier nooit gewerkt, maar ik roep al jaren dat als straks de kinderen het huis uit zijn we overal kunnen wonen. Dan kijken we elkaar aan met een blik van ‘misschien ook wel niet’. Het is echt mijn thuis geworden. Ik woon in de geschiedenis van Den Dolder, in een oude dienstwoning van de Willem Arntsz Hoeve. Misschien dat dat mij ook wel triggerde om bij de Historische Vereniging te gaan.

Ik ben erg gericht op mensen en die hebben natuurlijk allemaal een verhaal. Het sociale spreekt mij aan. Ik denk ook dat mensen pas goed gezien worden, en onbevooroordeeld bekeken en gewaardeerd kunnen worden als je het verhaal achter de mens kent. Als ik op straat iemand zie lopen kan ik ook denken: wat een zwerver. En tegelijkertijd denk ik ‘Koek, ophouden’. Het gaat niet om de buitenkant, het gaat om ‘wie ben jij’? Ik praat altijd met iedereen en dan zit er iemand op de bank bij de boom in het dorp en op het moment dat je iemand dan écht ziet, dan interesseert het uiterlijk je ook niet meer. Je hebt een verhaal, dat is het. Wat dat met mij doet is dat ik op dat moment totaal gelukkig ben over het contact dat ik heb.

Je moet het ook willen hè? Het is niet alleen nieuwsgierigheid. Het is ook de vraag hoe het écht me je is en hoe komt dat dan en wat is je droom? Dat zijn de vragen die je moet stellen. Er is veel veranderd hier. Als je het hebt over het sikkeneur naar wat er de afgelopen jaren op de Hoeve is gebeurd, dan is het dat zonder dat wij daarin gekend zijn de bevolking is veranderd. Het waren hele onschuldige patiënten en we wisten wel dat de besten naar de wijken zouden moeten. Dat las je ook in de krant. Maar dat er een meer gesloten inrichting voor in de plaats kwam wisten wij pas veel later. En ik begrijp best dat dat lastig is, maar het zijn gemiste kansen. Het is ook mij zien als mens en ergens energie in steken.

Mijn grootste droom voor het dorp is het directiegebouw als historisch informatiepunt, met daarbij een vaste plek voor de Historische Vereniging om te kunnen laten zien wat de geschiedenis is van Den Dolder, maar ook van de Hoeve en de psychiatrie. Waar je fietsen kunt huren en koffie kunt drinken die wordt geserveerd door patiënten: dat zou fantastisch zijn. Ik geloof er niet in dat alles moet blijven zoals het is.”

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on tumblr
Share on google
Share on telegram
Share on whatsapp
Share on email

Meer verhalen uit Den Dolder

Categorieën
Uncategorized

Vertel jij het volgende verhaal?

Vertel jij het volgende verhaal?

Wil jij het volgende verhaal vertellen? Neem dan snel contact op. Wie weet komen we ook bij jou langs!