Vrijheid, een toekomst en eigen regie

Marlon

“Ik heb altijd voor grote bedrijven gewerkt. Je hebt mensen die het ongeluk hebben dat ze hun baan kwijtraken en in een scene terecht komen met bijvoorbeeld drugs en verslavingen. Maar ik had alles en heb de verkeerde keuze gemaakt. Ik heb het zelf gedaan. Sommige jongens die bij ons zitten hebben echt iets meegemaakt. Ik heb het zelf veroorzaakt en ben door de rechter hiernaartoe gestuurd. Ik zit hier natuurlijk niet voor mijn zweetvoeten. Den Dolder betekent voor mij de weg naar de vrijheid en de toekomst, omdat ik hier in de kliniek zit.
 
Ik heb een hele fijne familie die me steunt. Ze keuren mijn gedrag af, maar staan nog steeds achter mij. Toen ik zei ‘ik word overgeplaatst naar Den Dolder’ schrokken ze. Mijn advocaat heeft hen heel goed uit kunnen leggen dat het geen tbs-kliniek is. Hier zitten geen zedendelinquenten of mensen die een moord hebben gepleegd. In het begin dacht ik: waar ben ik terechtgekomen? Ik hoor hier niet thuis. Ik ben niet verslaafd, ik heb geen stemmen in mijn hoofd. Waarom moeten jullie mij observeren? Ik werd een beetje opstandig. Maar ik had mijn telefoon, dat was het belangrijkste. In de gevangenis kon ik niet facetimen, hier had ik contact met mijn geliefde en kinderen.
 
Er was toch iets met mij aan de hand en ik ben gebleven. In de gesprekken met de psycholoog groef ze echt diep en ik wilde het eerst niet horen. Ik was niet gek. Ik was perfect. Ik vond het verschrikkelijk dat me een spiegel werd voorgehouden. Dingen opgegraven die je hebt weggestopt, oude emoties. Want zelf denk je: ik heb het goed gedaan. Hier hebben ze me handvatten geboden. Ik heb hier niet het licht gezien, daar ben ik heel eerlijk in, maar ik heb wel heel veel geleerd. Van de begeleiding, de psycholoog, maar ook van de jongens onderling. Ik ben niet zo’n prater, maar sommige jongens zeggen dingen meteen pats boem. Ik ben meer zo’n type dat het opkropt ik en dan ineens: boem! Hier heb ik geleerd om te zeggen: ik vind dit niet leuk of hé, ruim je spullen eens op. Hier leerde ik voor mezelf opkomen.
 
De allereerste keer dat ik naar het dorp ging was met begeleiding, dat vond ik niet leuk. Je bent je regie kwijt. In het begin is het ook wennen. Ik dacht: iedereen ziet ‘hij komt uit Den Dolder’. Maar ik heb nooit problemen gehad. Nu loop ik meestal via het bruggetje naar het dorp en mensen groeten gewoon, kinderen zeggen gewoon hoi, ouders ook. Ik heb nooit iets negatiefs meegemaakt. Als iemand nu zou komen met de vraag ‘zit jij in Den Dolder bij Fivoor’, dan zou ik gewoon eerlijk zeggen ‘ja’. Ik was tijdens mijn verlof ook nooit bang dat ik iets ging doen. Ik zou mensen willen vertellen dat het geen gekkenhuis is of dat we levensgevaarlijk zijn. Dat is denk ik wel het beeld.
 
De kliniek heeft me een veilige thuisbasis gegeven, dat moet ik eerlijk zeggen. Als ik straks weg ben ga ik het wel missen hier en ik zie er best wel tegenop. Ik heb geen dromen meer, ik wil gewoon wat ik hier ook heb: een eigen plek, werken en een rustig leven. Dat is een keuze die ik maak. Ik wil niet meer in de criminaliteit. Want heeft het geloond? Nee. Ik heb een paar jaar lol gehad, maar verder. Wat ik ga missen? Sommige jongens, de begeleiding … Ik kan zo naar ze toe stappen en zeggen: hé, ik zit niet lekker in mijn vel, wil je de huisarts voor me bellen? of ik wil even een praatje maken. Je kunt makkelijk steun zoeken. Maar nu moet ik nieuwe mensen leren kennen en achter een baan aan. Ik ben er nog niet, maar ik heb wel geleerd dat vrijheid echt belangrijker is dan geld of wat dan ook. Plus je eigen regie houden.”

Meer verhalen uit Den Dolder

Je kunt geen content van deze pagina downloaden